Willem Bilderdijk - De ondergang der eerste wareld (1820)

Over de auteur

Willem Bilderdijk werd in 1756 in Amsterdam geboren. Door een ongeluk was hij in zijn jeugd aan bed gekluisterd, waardoor hij zichzelf moest scholen in de bibliotheek van zijn vader, die arts was. Al vroeg begon hij te dichten en al vroeg verwierf hij erkenning. In 1780 begon hij zijn rechtenstudie in Leiden, die hij binnen twee jaar afsloot. Als advocaat stond hij aan de kant van de stadhouder in de woelige tijd van de patrootten. In 1795, toen de Fransen naar Nederland kwamen, moest hij vluchten. In 1806 kon hij terugkomen naar Nederland, met een nieuwe vrouw en hij werd een gunsteling van koning Lodewijk Napoleon. In 1814 bejubelde hij de terugkeer van de Oranjes. In een ras tempo publiceerde Bilderdijk dichtstukken en taal- en letterkundige studies. Op allerlei gebieden van de toenmalige wetenschap was hij onderlegd. Hij stierf in 1831 en was toen het voorwerp van bewondering van de jonge aankomende dichtersgeneratie.

Inhoud

Dit epos bezingt in vijf zangen de ondergang van de wereld. De hoofdhandeling van het werk ligt in de strijd tussen de afstammelingen van Kaïn en het reuzenvolk om de heerschappij van de aarde. Dit conflict resulteert uiteindelijk in de zondvloed die al het leven, behalve het gezin van Noah, wegvaagt van de aardbodem. Naast deze handeling wordt in de eerste drie zangen de ontstaansgeschiedenis van het reuzenvolk en de huidige situatie (de strijd om de aarde) verteld. De mens is na de val uit het paradijs gedoemd tot het leven op aarde. Er zijn twee volken: afstammelingen van Kaïn, die de zonde van hun voorvader met zich meedragen (Kaïn vermoordde zijn broer Abel) en strijdlustig en kwaadaardig leven; en de afstammelingen van Seth (van Abel), die vreedzaam leven en nog steeds trouw zweren aan God (een van deze Sethieten is Elpine). De Kaïnieten zijn het contact met God kwijt en brengen offers aan de sterren in de hemel (dit zijn de 'paradijsgeesten') die ze voor goden aanzien; de Sethieten geloven nog steeds in God en zijn gezag en leven in de wetenschap dat de redding (vergeving) op de dood volgt. Uiteindelijk worden de Sethieten overrompeld door de Kaïnieten en hun afkomst gaat gedeeltelijk op in die van Kaïn. Dan komt het verhaal langzaam aan bij de eigenlijke gebeurtenissen. Een reuzenvolk, een product van Kaïnse meisjes en 'paradijsgeesten' (dit zijn afstammelingen van Adam en Eva die voor de zondeval zijn verwekt, 'halfengelen' zou je kunnen zeggen), daalt af vanuit de bergen en zaait angst en verderf over de aarde. De reuzen worden verslagen door de Kaïnieten maar keren later vermenigvuldigd terug om de aarde uiteindelijk geheel te domineren. Er is echter een stam die zich verzet tegen de dominante reuzen en dat is het volk van Argostan. Hij roept zijn medemens op te strijden tegen de reuzen en al snel is er een leger gevormd. Ze staan op het punt om ten strijde te trekken als er onenigheid ontstaat binnen het leger. Argostan vervloekt de 'paradijsgeesten' die zijn volk als goden aanbidt omdat deze verantwoordelijk zijn voor dit reuzenjuk waaronder zijn volk gebukt gaat. Dit valt niet in goede aard bij zijn stamgenoten en er ontstaat een oproer waarbij vele Kaïnieten, en ook Argostan zelf, doodgaan. Achter dit tafereel schuilt de schuld van de duivels die de stamgenoten tegen elkaar ophitsen om het vertrouwen van de 'paradijsgeesten' te winnen. De 'paradijsgeesten' willen namelijk het paradijs waaruit ze verbannen zijn heroveren. Daarnaast zien ze hun afstammelingen (de reuzen) niet graag verslagen door de Kaïnieten. De duivels willen op hun beurt het aardrijk voor zichzelf en willen met de hulp van de 'paradijsgeesten' de mensen verslaan om daarna het reuzenvolk te doden. De 'paradijsgeesten' gaan, op een na, allemaal dit verbond met de duivels aan. Fuäl is de enige 'paradijsgeest' die nog in God's besluit gelooft en net als de weinige Sethieten gelooft in verlossing. Intussen wordt de eigenlijke held van dit epos geroepen door een geest die hem vertelt dat hij op moet staan als de leider van zijn stam. Hij is de broer van Argostan: Segol. Onder zijn bevel voeren de Kaïnieten een bloedige strijd tegen het reuzenvolk waarbij aan allebei de kanten veel doden vallen. Voornamelijk door de tactische kwaliteiten van Segol overwinnen uiteindelijk de Kaïnieten. Als de Kaïnieten hebben gewonnen spreekt Segol tot God. Hij geeft Hem de kroon van het aardrijk terug en vraagt Hem zich te tonen. Dan wordt Segol omgeven door een nevelwolk en licht en stijgt hij langzaam ten hemel.

Structuur en genre

De ondergang der eerste wareld is een epos, oftewel een heldendicht, en is in die zin geheel naar Klassieke traditie gevormd. Het bestaat uit vijf zangen (of bedrijven) en is qua stijl en opbouw vergelijkbaar met werken van Homerus. Een epos bevat doorgaans een aantal standaardelementen. Het begint meestal met een aanroep van de Dichtkunst om daarna midden in een handeling te beginnen. Dit werkt spanningsopbouwend omdat we dan nog weinig weten van de personages en situatie. Daarna volgt vaak een uitweiding terug in de tijd om de hoofdhandelingen te verklaren en in context te zetten. Dit is bij Bilderdijk echter niet het geval. Bilderdijk vond dat hij niet zomaar kon beginnen met het verhaal omdat dat verwarring zou scheppen. Daarom vinden we bij Bilderdijk in de eerste zang al een, weliswaar oppervlakkige, uitleg van de geschiedenis van het mensdom. Later, in de tweede en derde zang, zal hij dit verder uitwerken om zo toch een spanningsopbouw te scheppen en nieuwe wendingen mogelijk te maken. Overigens is het epos niet voltooid; mede door ziekte heeft Bilderdijk het nooit kunnen afmaken. Vandaar dat het ook zo abrupt eindigt met Segol die naar de hemel zweeft. Onder andere Isaac Da Costa heeft ooit een mogelijk einde voor het epos bedacht, het is echter altijd onaf uitgegeven.

Personages

De held van het epos, Segol, is een afstammeling van Kaïn en een ware tacticus en krijgsheer. Hij is het voorbeeld van een echte Kaïniet; sterk, dapper en moedig, maar ook onbehouwen en vechtlustig. Toch wekt hij de sympathie van de lezer als hij uiteindelijk de kroon van het aardrijk teruggeeft aan God, de enige Almachtige. Argostan is vergelijkbaar met Segol, ook hij is een ware Kaïniet. Elpine is het voorbeeld van een trouwe dienaar van God. Ze gelooft als een van de weinigen nog in de gratie die God zal geven bij de dood en zal zijn gezag nooit trotseren. Haar functie in het epos is dan ook hoofdzakelijk om dit uit te beelden. Onder de Paradijsgeesten is Fuäl de enige die eenzelfde rol vervult als Elpine onder de mensen. Ook hij is trouw aan God en verlaagt zich niet tot samenwerking met de duivels. Een andere 'paradijsgeest' wordt niet met naam genoemd maar heeft de liefde van Elpine en treedt op in het werk als stilistisch middel om de geschiedenis van de hoofdhandeling te schetsen.

Plaats en tijd

Het hele tafereel speelt zich af op de aarde zoals die voor de zondvloed bestond. Bilderdijk was een van de mensen die dacht dat deze aarde na de zondvloed de bodem van de zee werd en dat deze in stukken uiteenbrak en boven kwam drijven om zo onze huidige wereld te vormen. De tijd van de hoofdhandeling is van vlak voor de zondvloed. De zondvloed viel naar bijbelse berichtgeving in het 1656e jaar van de wereld. Alle terugverwijzingen beschrijven dus gebeurtenissen die vallen tussen de val van Adam en het jaar van de zondvloed.

Point of view

De vertelsituatie wijzigt voortdurend door het epos heen. De voornaamste verteller is auctoriaal, hij vertelt het verhaal zoals het geschiedde. Daarnaast treden de personages ook op als vertellers en zijn er ook een aantal monologen en dialogen aanwezig. Soms wordt een personage gebruikt om de geschiedenis te vertellen, zoals de 'paradijsgeest' die Elpine spreekt. In een traditioneel epos zoals deze komt zo'n structuur vaak voor.

Thema

Het thema is zoals de titel vermeldt de ondergang van de eerste wereld. Het epos beschrijft de verschillende houdingen tegenover God en laat zien hoe de mens uiteindelijk zichzelf vernietigt. Het is in die zin een pleidooi voor God en geloof en tegen geweld en uitbundig machtsvertoon. Sommigen beweren dat er een parallellie bestaat met de situatie die toen in Nederland heerste en dat Bilderdijk de Franse onderdrukking wilde bekritiseren.

Stijl

De stijl is zeer strikt volgens de regels van de klassieke tragedie. Zoals gezegd bevat ook dit epos alle verplichte elementen zoals: een aanroep (Invocatie), vijf delen (zangen, bedrijven), spanningsopbouw door middel van stijlfiguren, een held (Segol) en verder bijvoorbeeld ook een oorlogstafereel. Het epos is verder in alexandrijnen geschreven, in het rijmschema aabb.

Waardering

Bilderdijk was in zijn tijd een zeer gerespecteerde auteur. Ondanks zijn losbandige leven en soms tegenstrijdige uitingen over kunst of literatuur is hij de voornaamste romanticus van Nederland. Ofschoon hij gebruik maakt van de klassieke eposvorm, plaatst zijn gebruik van contrasten, geestesverschijningen, geniale helden tegenover verdoemelingen hem in de Romantiek.

Samenstelling: David Spuesens.

Willem Bilderdijk, door C.H. Hodges.