Jacob van Lennep - De gestoorde bruiloft (ongeveer 1841)

Over de auteur

Jacob van Lennep wordt op 24 maart 1802 in Amsterdam geboren. Hij is de zoon van de schrijver-hoogleraar David Jacob van Lennep. Van Lennep studeerde rechten in Leiden, was vanaf 1826 rijksadvocaat in Amsterdam en van 1853 tot 1856 lid van de tweede kamer voor de conservatieve partij. Vanaf 1818 publiceert Van Lennep verhalen, novellen en romans met vaak een historische inslag, die bij het publiek zeer populair zijn. Hij geeft ook historische studies uit. Enkele van de bekendste werken zijn De lotgevallen van Ferdinand Huyck (1840) en De lotgevallen van Klaasje Zevenster (1865/66). Van Lennep overlijdt op 25 augustus 1868 in Oosterbeek.

Inhoud

Op een oktobermorgen varen de vissers Sikko en Bren, met aan boord Sikko's vrouw Tetta, hun twee kinderen en de hond Wolf, met hun schuit van West-Friesland zuidwaarts de Noordzee af. In de middag steekt een storm op en wanneer tegen de avond de dichte wolken zijn opgetrokken, blijkt dat de vissersschuit tussen de schepen van een Noorse vloot is geraakt. De Noormannen dwingen Sikko hen de weg te wijzen naar Katwijk, waar jonkheer Dirk van Holland, zoon van de graaf van Holland, de volgende dag zijn bruiloft zal vieren en waar zij van plan zijn te gaan plunderen. Sikko weet in het donker van de nacht zijn schuit van de vloot te verwijderen en de Noormannen bij hem aan boord te overmeesteren. Door de voorsprong die hij nu heeft kan hij ontsnappen en de graaf van Holland waarschuwen voor het naderend onheil. Aan de oever van de Merwe (Merwede) is het tentenkamp van de Saksische metgezellen van de bruid, Withilde van Saksen, opgeslagen. Jonkheer Dirk heeft juist zijn bruid opgehaald, wanneer Sikko het tentenkamp bereikt en het gevolg van de bruid waarschuwt voor de naderende Noormannen. Gunther van Lunenburg, die het gezag heeft over de edelen die met Withilde zijn meegekomen, besluit dat Sikko en een aantal mannen bij de tenten moeten blijven om de bezittingen te verdedigen. Hij neemt Tetta en de twee kinderen mee naar de burcht van de graaf in Leiden, waar men wacht op de laatste gasten om aan het feestbanket te beginnen. Dirk bespreekt daar met zijn vader de door hem gewenste terugkeer van zijn broer Siwart, die uit het graafschap is verbannen, als Gunther met Tetta binnenkomt en zij vertelt wat de aanwezigen te wachten staat. De graaf besluit dat de bruiloft vooreerst wordt afgeblazen en hij stuurt zijn troepen naar de verschillende riviermondingen aan de Noordzee om de Noormannen tegen te houden. Daarvoor blijkt het echter te laat, want de vijand is al aan wal en op weg naar het tentenkamp. Gunther neemt Withilde mee naar de Saksische schepen om met haar landinwaarts te varen, maar bij het kamp aangekomen ondervinden zij dat daar de strijd al in volle gang is. Withilde wordt op de vlucht gestuurd met een paard, terwijl de Hollanders en Saksen lijken te verliezen. De enige die ziet dat Withilde wordt achtervolgd door enkele Noormannen is Sikko, die haar volgt. Doordat de Hollanders op tijd gewaarschuwd waren, komt één van de andere troepen de strijders bij het tentenkamp te hulp, waardoor de Noormannen worden verslagen. Terug in de burcht van de graaf, waar alle strijders zijn verzameld, is het wachten op Dirk die zijn bruid ophaalt uit de herberg waarheen zij gevlucht is. De graaf vraagt Tetta welke beloning zij wenst voor haar daden, waarop zij hem vergeving vraagt voor haar echtgenoot, die uit het graafschap afkomstig is, maar zich er niet meer mag vertonen. Bij navraag blijkt dat Sikko niet is teruggekeerd van het slagveld en hevig bedroefd vertelt Tetta de graaf dat haar man Sikko, de lompe visser, zijn zoon Siwart is. Zij waren op weg naar de burcht om op de bruiloft de graaf en jonkheer Dirk weer te zien en om vergeving te vragen. Het enige dat Siwart/Sikko wilde was weer bij zijn vader in de gratie te komen, maar dat is nu mislukt, te wijten aan de hardvochtigheid van de graaf. Dan rent plotseling de hond Wolf binnen, al snel gevolgd door Dirk, Withilde en Siwart, die de bruid uit de handen van de Noormannen gered heeft. Dolblij vallen vader en zoon elkaar in de armen en Siwart worden brede roeden in het graafschap beloofd. Vandaar dat hij sindsdien de naam Heer van Brederode draagt.

Structuur en genre

In navolging van de Engelse schrijver Walter Scott, schreven in de jaren twintig en dertig van de negentiende eeuw veel Nederlandse auteurs historische romans en dichtverhalen. Schrijvers als David Jacob van Lennep, Nicolaas Beets, Jacob van Lennep, Margaretha de Neufville en Jan Frederik Oltmans schreven historische romans of dichtverhalen over de geschiedenis van Nederland. In de verhalenreeks Onze voorouders van Jacob van Lennep, waar De gestoorde bruiloft onderdeel van is, wordt de geschiedenis van het vaderland in verhalen geschetst. In Nederland wist men maar zeer weinig van de historie, vooral van de Middeleeuwen. Daarom schrijft Van Lennep in zijn Voorrede bij Onze voorouders dat het tijd was de inwoners op de hoogte te stellen van de geschiedenis 'loopende van de vestiging der eerste bewoners hier te lande tot op het einde van de middeleeuwen en grafelijke regering'. De historische roman is een typisch romantisch genre. De literatuur richtte zich niet meer naar het voorbeeld van de klassieken, zoals eeuwenlang gewoonte was, maar vanaf het eind van de achttiende eeuw werden de 'duistere' middeleeuwen bron van inspiratie. Om het publiek zich te laten inleven in de vroegere situatie, werden sfeer en omgeving vaak gedetailleerd weergegeven. Hoewel er in de tijd dat Van Lennep Onze voorouders schreef veel discussie werd gevoerd over het nuttige of nadelige van de historische roman, geeft Van Lennep aan dat hij, omdat hij van de soort houdt, toch historische verhalen blijft schrijven. De twijfel over de historische roman kwam voort uit de angst dat lezers werkelijkheid en fictie zouden verwarren. Van Lennep denkt echter dat lezers wel weten dat romans en verhalen niet waarheidsgetrouw zijn, dus dat daarvoor geen angst hoeft te zijn. Wat hij wil is slechts zijn publiek op de hoogte stellen van de ontwikkeling van hun vaderland.

Personages

Sikko is een arme visser, getrouwd met de West-Friese Tetta en vader van twee kinderen. Eigenlijk is zijn naam Siwart, hij is de tweede zoon van de graaf van Holland en was altijd bij iedereen zeer geliefd, onder meer door zijn moed en kracht. Maar hij is sinds vijf jaar door zijn vader uit het graafschap van Holland verstoten, omdat hij één van diens gunstelingen had vermoord. Nu zijn broer in het huwelijk treedt, is hij op weg naar het graafschap van zijn vader om hem vergeving te vragen om aanwezig te kunnen zijn bij het huwelijk. Tetta is de vrouw van Sikko en hoewel zij van adel is (zij stamt af van de Friese hertogen) is zij een eenvoudige, arme dorpsvrouw. Door haar schoonheid en oprechtheid weet zij echter de aandacht van de graaf en de bruiloftsgasten op zich te vestigen. De graaf Aernout van Holland is verheugd over de bruiloft van zijn zoon Dirk, maar hij verlangt ook naar een weerzien met zijn tweede zoon, Siwart, die verbannen is omdat hij één van zijn vaders gunstelingen heeft vermoord. Nu weet de graaf dat de vermoorde man slechts kwaad in de zin had, maar door trots en valse schaamte kan hij niet de beslissing nemen Siwart terug te laten keren. Jonkheer Dirk van Holland is de zachtmoedige erfzoon van de graaf van Holland en staat op het punt in het huwelijk te treden met Withilde van Saksen. Hij mist zijn broer Siwart, die hij zeer liefheeft. Withilde is de Saksische vorstin die zal trouwen met Dirk van Holland. Zij is mooi en gevoelig en vraagt in haar goedheid als enige gunst van haar schoonvader de terugkeer van haar zwager Siwart.

Plaats en tijd

Het verhaal begint op de Noordzee, waar het vissersscheepje van Sikko en Bren vanaf West-Friesland in zuidelijke richting vaart, richting Katwijk. Hoofdstuk twee is gesitueerd aan de oever van de Merwede, waar de Saksische metgezellen van Withilde hun tentenkamp hebben opgeslagen. Hier vindt ook de strijd tussen de Noormannen en de Hollanders en Saksen plaats. De burcht van de graaf van Holland is in Leiden. Hier speelt een gedeelte van hoofdstuk drie, het laatste deel van dat hoofdstuk beschrijft de strijd aan de oever van de Merwede. In hoofdstuk vier zijn we weer terug in de burcht van graaf Aernout. Het verhaal begint op een dag in oktober van het jaar 1000, we maken de middag met de storm mee, de avond met de Noormannen en de volgende ochtend aan de Merwede-oever. Vervolgens is men een gedeelte van tweede dag zoet met vechten tegen de Noormannen. Op diezelfde dag vindt de terugkeer in de burcht plaats. De historische Dirk III is de zoon van Arnulf en Liutgarde van Luxemburg en volgde in 993 zijn vader op, hoewel door zijn minderjarigheid zijn moeder eerst het bewind voerde. Dirk III trouwde met de Saksische Othilde. Aangezien Van Lennep poogde een geschiedenis van Nederland in verhalen te schrijven, mag er vanuit gegaan worden dat hij de grote lijnen van de geschiedenis heeft gevolgd. De verschillen in details kunnen veroorzaakt zijn door het gebruik van verschillende bronnen of doordat Van Lennep misschien minder bronnenmateriaal voorhanden had dan de huidige historici. Daarnaast gaf Van Lennep in zijn voorrede al aan dat de lezer 'waarheid en verdichting door elkander gemengd zal vinden' (M.F. van Lennep, pag. 246). Het is dus niet zijn bedoeling tot in details de werkelijkheid weer te geven, wat ook niet mogelijk zou zijn, maar hij wil de sfeer van de tijd en de grote lijnen van de geschiedenis schetsen.

Point of view

In De gestoorde bruiloft maakt Van Lennep gebruik van een auctoriale verteller, een alleswetende vertelinstantie die de lezer in de gebeurtenissen betrekt. Dat de verteller alwetend is, blijkt bijvoorbeeld uit het volgende citaat. `Het vervolg van ons verhaal zal nog duidelijker aantoonen, hoe lastig en zwaar de hem opgedrongen taak hem moest wegen' (pag. 312). De lezer wordt vrij actief in het verhaal betrokken, soms zelfs expliciet, bijvoorbeeld in de passage: '"Houdt op! Toeft een ogenblik!' schreeuwde Sikko, wien onze lezers aan deze aanwijzing zullen herkend hebben, den Saksers toe.' (pag. 316)

Thema

De beschrijving van de geschiedenis van Nederland in verschillende verhalen, waarbij in tegenstelling tot de hoofdlijnen, de details niet op waarheid gebaseerd zijn. Hoofdthema is de vergeving, die door trouw en moed afgedwongen kan worden, waarbij ware adel zich niet loochent, onder welke omstandigheden men zich ook bevindt.

Stijl

Van Lenneps historische verhalen worden gerekend tot de romantiek. De geschiedenis wordt zo beschreven, dat de lezer zich de situatie en omgeving kan voorstellen. Omdat er in de negentiende eeuw nog weinig bekend was over de vroegere tijd, was het noodzakelijk dat in een verhaal de noodzakelijke informatie om de gebeurtenissen te begrijpen vervat werd. In De gestoorde bruiloft blijkt dat uit de uitgebreide beschrijving van bijvoorbeeld de schepen van de Noormannen en de kleding van de personages. Andere elementen die romantische literatuur en ook dit verhaal kenmerken, zijn het spreken van de moraal (het vergeven van de zoon), gevoelens die hoog opspelen (Dirk en de graaf die naar Siwart verlangen, Tetta die helemaal uit haar doen raakt wanneer zij denkt dat Sikko gesneuveld is), de contrasten (bijvoorbeeld tussen arm en rijk, feest en oorlog, goed en slecht weer) en de gedetailleerde natuurbeschrijvingen (bijvoorbeeld het begin van hoofdstuk 2).

Waardering

Jacob van Lennep was in zijn tijd razend populair, het publiek las zijn verhalen graag. In de kritieken werd niet altijd even positief gereageerd, al was het alleen maar omdat sommigen de historische roman niet wisten te waarderen. In 1845 schreef de literatuurhistoricus W.J.A. Jonckbloet in het tijdschrift De Tijd een uitgebreide, zeer lovende recensie over Onze voorouders. Niet alleen de esthetische waarde (die naar Jonckbloets zeggen al voldoende bleek uit de reacties van het leespubliek) wordt geprezen, juist de geschied- en oudheidkundige waarde van de verhalen moet nog eens benadrukt worden. Van Lennep is volgens Jonckbloet zeer geslaagd in zijn doel, dat hij beschrijft als het meer ontwikkelen van 'de zin van het publiek voor vaderlandsche historie en oudheid'. De enige aanmerking is dat Van Lennep de zeden van de tijd wat meer gedetailleerd had kunnen weergeven.
Bij De gestoorde bruiloft (het eerste verhaal van deel vier van Onze voorouders) valt, aldus Jonckbloet, de eenvoudigheid van zeden waarvan aan het hof van de graaf sprake was op. Ook tekenend zijn de 'individuele kracht en moed, de eerste deugden in die ijzeren dagen, en die voor ons in Sicco verpersoonlijkt zijn'. De gestoorde bruiloft valt op door 'naauwkeurigheid in kleinigheden'. (Jonckbloet, pag. 132)
Van Lennep schrijft in reactie op deze recensie een uiterst dankbare brief aan Jonckbloet. Hij schrijft daarin vooral blij te zijn met de timing van het artikel, omdat juist in De Spectator een veel minder lovend stuk was gepubliceerd. Daarin was Van Lennep gebrek aan 'een vast plan' verweten. Hij schrijft verder dat hij niet al te zeer in details is getreden, omdat de details soms te gril, te naakt en te ruw waren en hij wilde niet bij het publiek ongewenste gevoelens verwekken. Uit deze reacties blijkt dat Onze voorouders door het lezend publiek goed werd ontvangen. Ook de literaire kritiek is op verschillende punten lovend, al is ook op te merken dat met betrekking tot het genre en de uitwerking, niet iedereen dezelfde opvattingen had.

Bronnen

Jonckbloet, W.J.A., 'Mr. J. van Lennep beschouwd als meer dan romanschrijver'. In: De Tijd. Jrg.1 (1845), dl. 2, pag. 71-91 en 129-198.
Lennep, J. van, Onze voorouders. Leiden: A.W. Sijthoff, z.j..
Lennep, M.F. van, Het leven van Mr. Jacob van Lennep (deel 1). Amsterdam: P.N. van Kampen & Zoon, 1910.

Samenstelling: Evelien Winters.

 

Jacob van Lennep, door A.J. Ehnle/P. Blommers.