Jacob Jan Cremer - Anne Rooze (1867)

Over de auteur

Jacob Jan Cremer (1827-1880) is bekend als kunstschilder en als schrijver. Succes kreeg hij met zijn in dialect geschreven novellen, die voor een groot deel in de Betuwe, later ook in Scheveningen spelen. Ze zijn moralistisch en de schrijver komt erin op voor maatschappelijk onrecht. Hij was een van de eerste beroepsschrijvers in Nederland. Hij kon prachtig voordragen en werd daarom veel gevraagd om op te treden. Diverse van zijn romans stellen misstanden in de samenleving aan de kaak. Hij verzette zich tegen kinderarbeid in zijn novelle Fabriekskinderen (1863).

Inhoud

Anna Rooze heeft tot haar achttiende in een meisjesinstituut gewoond. Haar moeder is overleden en haar vader is kapitein op een zee. Als haar vader overlijdt, gaat ze bij haar oom en licht krankzinnige tante Lijning wonen in een oud vervallen kasteel. Vanaf het moment dat ze haar oom ontmoet, wantrouwt ze de man. Naarmate het verhaal vordert, groeit dat wantrouwen, mede door de praatjes van dorpsgenoten, die Lijning kennen als een woekeraar en dief uit Groningen. Uiteindelijk wordt haar wantrouwen zo groot dat ze weg wil uit het huis. Haar is verteld door Lijning, die haar vaders geld beheerde, dat haar vader haar niets achter heeft gelaten. Ze gaat op reis, enerzijds om een psychiater voor haar tante te vinden en anderzijds om de waarheid omtrent haar erfenis te achterhalen. Ze ontdekt dat haar oom heeft gesjoemeld met de kasboeken van haar vader. Een bevriende advocaat stelt Lijning onder curatele, tante en Anna gaan bij een baron en barones wonen die een kasteel bezitten in Mulderspeet. Anna heeft met deze mensen een goed contact gekregen door de wederzijds bevriende domineesfamilie. Oom Lijning blijft op het kasteel. Hij verliest zijn verstand en ziet overal geesten die op zijn geld azen. Op een stormachtige avond zakt hij, compleet doorgedraaid, door een bruggetje en overlijdt. De baron en barones accepteren Anna als hun eigen dochter. Ze trouwt met een bevriende advocaat, Oscar van Breeland, en krijgt een kindje. Hanneke Schoffels, een eenvoudig dienstmeisje, wordt de beschermelinge van Anna, nadat ze in de problemen is geraakt. Hanneke vertelt aan Anna dat ze een zwaar geheim met zich meedraagt, waarover ze verder niets verraadt. Uit het verhaal blijkt dat zij twee jaar eerder dronken gevoerd is en verkracht door een zekere Jan Piek. Hanneke werd zwanger, beviel van een jongetje in het bos en liet het daar achter. Een tante die ze in vertrouwen had genomen, heeft het kind opgehaald, maar wat ze er daarna precies mee gedaan heeft, wordt pas aan het einde van het verhaal duidelijk. Twee jaar later wordt er een lijkje van een baby gevonden en uiteraard wordt Hanneke direct verdacht. In een ondervraging door de politie vertelt Anna dat Hanneke erg angstig is voor het uitkomen van een geheim. Hanneke is inderdaad bang dat haar nieuwe verloofde erachter komt dat ze ooit bevallen is van een kindje, maar blijft beweren dat ze geen kindermoordenares is. Op de verklaring van Anna wordt Hanneke aangehouden. Dat vervult Anna uiteraard met een groot schuldgevoel en ze vraagt de advocaat Van Breeland Hanneke vrij te pleiten. Dat lukt hem. Ze wordt vrij gesproken omdat haar schuld niet bewezen is. Voor Hanneke is dat niet voldoende. Ook al is ze voor het gerecht vrijgesproken, iedereen behandelt haar wel alsof ze schuldig is. Pas als de echte kindermoordenares bekent, voelt ze zich vrij. De tante van Hanneke had het kindje achtergelaten bij een kinderloos echtpaar in Utrecht. Anna Rooze komt per toeval dat echtpaar tegen, het geheim komt uit, Hanneke trouwt met haar verloofde en ze krijgt haar kindje terug. Een andere beschermelinge van Anna is Emma, een vriendin van het meisjesinstituut. Emma is wees. De ouders die ze verloor, blijken eigenlijk haar pleegouders te zijn. Anna komt er stukje bij beetje achter hoe het verhaal in elkaar steekt. De echte ouders van Emma zijn nooit getrouwd geweest. Haar moeder stierf net na de geboorte en haar vader kwam door een hoop ellende in de gevangenis. Deze gevangenisstraf blijkt achteraf onterecht te zijn. De oom en tante van Emma hebben haar opgevoed als was ze hun dochter. Toevalligerwijs blijkt de oudere man hospiteert in het huis van de dominee Emma's vader te zijn. Daar komen ze pas achter op zijn sterfbed. Emma komt net twee seconden te laat. Op het moment dat hij zijn laatste adem uitblaast, stapt zij zijn kamer binnen. Maar ook met Emma loopt het uiteindelijk goed af. Ze is wonderbaarlijk snel over haar verdriet heen. Ze gaat wonen bij haar andere oom en tante, trouwt met de domineeszoon en ook zij krijgt een kindje.

Structuur en genre

Anna Rooze bestaat uit twee delen. De verhaallijnen lopen door elkaar, maar zijn niet moeilijk te volgen door de vele herhalingen en duidelijke uitleg. De uiteindelijke ontknoping van alle verhaallijnen, vinden vrijwel gelijktijdig plaats; aan het einde van het tweede boek. Het boek kan getypeerd worden als een sociale roman. Er is sprake van een maatschappelijk vraagstuk; (on)rechtvaardigheid van preventieve hechtenis.

Personages

Anna Rooze is een wees en daarom per definitie onschuldig. Ze is naïef, opgegroeid in een zeer beschermd instituut. Als ze op haar achttiende dat instituut verlaat, leert ze het leven pas echt kennen. Het lijkt of ze met de ogen van een klein kind de wereld aanschouwt. Aan de andere kant is ze zeer sociaal bewogen. Ze maakt geen onderscheid tussen hoge of lage klasse, maar ziet wel in dat in die wereld de mindervermogende hulp moeten krijgen van de meervermogenden. Emma lijkt in alle opzichten op Anna; ook wees, naïef en onschuldig. Ze is alleen wat jonger en komt daarom nog wat wereldvreemder over. Hanneke Schoffels daarentegen is vroeg volwassen geworden door het harde leven en het werken in de kroeg van haar ouders. Haar ouders hebben haar goed opgevoed en alle normen en waarden bijgebracht. Ze is verre van naïef en staat met beide benen in het leven. Ze werkt om in haar onderhoud te voorzien en is niet zoals Anna Rooze afhankelijk van een erfenis. Door de kwaadaardigheid van mannen en de onbuigzaamheid van justitie komt ze in problemen. Oom Lijning is een schurk in de breedste zin van het woord; niet alleen heeft hij de erfenis van Anna Rooze in zijn eigen zak gestoken, ook heeft hij connecties met criminelen. Op geen enkel vlak probeert Cremer sympathie bij de lezer op te wekken voor deze persoon. Verder is het boek doorspekt met roddelzieke tantes, studenten, kroegbazen, dominees, kortom een gemiddelde bevolking in de 19de eeuw.

Plaats en tijd

Het eerste boek speelt zich af in Mulderspeet in de Gelderse Veluwe. Een klein dorp met een kerk en een paar kroegen. In het tweede deel gaat Anna Rooze op zoek naar de waarheid in de stad Utrecht. Het verhaal begint in 1859 en eindigt in 1862; het verhaal speelt zich dus af in een tijdsbestek van drie jaar.

Point of view

Er is een alwetende verteller. Hij geeft geen commentaar of meningen, maar beschrijft alles voornamelijk vanuit het oogpunt van Anna Rooze. In sommige gevallen belicht hij Hannekes verhaal, maar de verteller volgt voornamelijk Anna.

Thema

Het thema is, zoals eerder aangehaald, het vraagstuk van de (on)rechtvaardigheid van preventieve hechtenis en de gevolgen daarvan. In het boek worden Emma's vader en Hanneke beide ten onrechte gevangen gezet. Ook al wordt Hanneke uiteindelijk vrijgesproken, ze lijdt, net als Emma's vader, onder het geroddel en het met de nek aangekeken worden door de bewoners in het dorp. Bij Emma's vader was het zo erg dat hij zijn dorp heeft moeten ontvluchten en jaren in het buitenland heeft ondergedoken. Een belangrijk motief is het vraagstuk of de mens een vrije wil heeft. Herhaaldelijk wordt dit ter discussie gesteld op soirees. Niet alleen in het boek is dit een geliefd discussieonderwerp, maar ook in het dagelijks leven in de negentiende eeuw kwam dit geregeld ter sprake.

Stijl

Cremer is sterk moralistisch in zijn beschrijvingen over goed en kwaad. De vele melodramatische uitwijdingen en gedetailleerde beschrijvingen geven het boek het karakter van een streekroman. Door een soort cliffhanger aan het einde van sommige hoofdstukken, weet Cremer wel enige spanning op te wekken. Hij geeft een interessante en diepgaande beschrijving van personen die in het boek voorkomen en die beschrijvingen zijn vaak humoristisch.

Waardering

Anna Rooze werd door de kritiek met gemengde gevoelens ontvangen. Een van de bezwaren was het gebrek aan harmonie tussen de onderdelen. Het is een vrij chaotisch werk. De talrijke personen, gebeurtenissen en motieven doen het boek geen goed. Het versterkt het idee dat Cremer eerder een novelleschrijver dan een romanschrijver is.

Samenstelling: Nienke Wirtz.

 

Jacob Jan Cremer