Everhard Johannes Potgieter - Onderweg in de regen (1864)

Over de auteur

Everhardus Johannes Potgieter (1808-1875) stelde in zijn werk de Hollandse Gouden Eeuw ten voorbeeld aan de in zijn ogen initiatiefloze Nederlanders van zijn tijd. Over dit thema schreef hij Jan, Jannetje en hun jongste kind en de cultuurhistorische studie Het Rijksmuseum te Amsterdam. Zijn bekendste poëtische werk is gebundeld als Liedekens van Bontekoe. Potgieter was medeoprichter van het tijdschrift De Gids in 1837, waarvan hij tot 1865 redacteur was. De hier beschreven novelle Onderweg in de regen is voor het eerst verschenen in De Gids van 1864, deel IV.

Inhoud

Het regent. De ik-persoon rijdt op een najaarsmiddag in een rijtuig door Den Haag. Hij had kennissen willen bezoeken die hij niet thuis heeft getroffen. Nu is hij op weg naar huis. Hij mijmert wat en beschrijft wat hij kan zien door de beslagen ruiten. Alles is nat en somber. Op het station aangekomen stapt hij op de trein naar Amsterdam. Hij komt in een lege wagon terecht. Als het niet had geregend was hij nog naar een andere gegaan want hij heeft behoefte aan wat aanspraak. Hij keurt de bladen die altijd in de eerste klas wagons liggen af. Tegen de verveling neemt hij altijd liever zijn eigen literatuur mee. Spoedig is hij verdiept in 'Pansie', van de Amerikaanse schrijver Hawthorne. Wij lezen mee. Het verhaal gaat over Docter Dolliver die samen met huishoudster en kindermeid Marthe zijn achterkleindochtertje Pansie verzorgt, omdat hij het enige overgebleven familielid is. Als de trein in Leiden aankomt schrikt de ik-persoon even op. Hij kijkt uit het raam en verbeeldt zich een aantal bekende personen te zien. Hij leest verder. Een leuke scène volgt waarin Docter dolliver met Pansie en een poesje aan het ontbijt zitten. Het is zo levendig beschreven dat de ik-persoon de personages denkt te voelen. Dolliver? Pansie? Zit er echt iemand tegenover hem? Hij raakt in gesprek. De gesprekspartner blijkt Noord-Amerikaans. Aan het einde van de novelle zal pas blijken hij zich op dit moment verbeeldt dat de schim van Hawthorne tegenover hem zit. Ze praten over het verschil in karakter tussen Nederlanders en Amerikanen. De Amerikaan beschrijft het lijdelijke geduld van de Nederlander met het voorbeeld van een visser die zonder ophef iedere keer weer opnieuw het weggekaapte aas aan zijn hengel aanvult. Potgieter is het met hem eens. En hij stelt het engels-Amerikaanse worstelende, romantische geduld ertegenover. Hij heeft niet veel op met zijn eigen landgenoten. Had zijn gesprekspartner de Nederlandse zeehelden maar ontmoet, in plaats van de huidige bedaarde vissers. Ze praten verder. Over het boek 'Pansie', over ander werk van Hawthorne en over diens persoonlijkheid, vervolgens in het algemeen over literatuur. De schepping is de schrijver door God ingegeven via de stem van het water: de regen. Zijn schrijfsels verlenen de dichter onsterfelijkheid. Daarmee blijft de dichter voortleven. Dan droomt de ik-persoon weer weg. Hij bevindt zich opeens in Concord, Noord-Amerika. Hij ziet een begravenisstoet. Op de kist staat: Nathaniël Hawthorne. Er ligt een boek bij: 'Pansie'. Amsterdam! De ik-persoon schrikt op, stapt uit en loopt nog half verdwaasd weg.

Structuur en genre

Het verhaal is in één stuk geschreven zonder hoofdstukjes. Er komt een raamvertelling in voor: je leest met de ik-persoon mee in het boek dat hij aan het lezen is. Een romantisch-realistisch prozastukje met veel lyrische beschrijvingen, dat om zijn kortheid een novelle is te noemen.

Personages

De ik-persoon mag je niet gelijkstellen met Potgieter al vertoont hij veel overeenkomsten, bijvoorbeeld de liefde voor de Noord-Amerikaanse literatuur. In het begin lijkt hij een melancholische dromer. Later is hij wel wat beter geluimd, hij wilde graag wat gezelschap, maar het blijft ook een mijmeraar. Hij is het eens met het beeld van zijn landgenoten dat zijn gesprekspartner schetst: flegmatisch en saai. Ook heeft hij een grote belangstelling voor binnen- en buitenlandse literatuur, speciaal voor de Noord-Amerikaanse schrijver Hawthorne. 'De Amerikaan' blijkt pas aan het eind van de novelle de schim van de Noord-Amerikaanse schrijver Nathaniël Hawthorne te zijn geweest in de verbeelding van de ik-persoon. Hij heeft een 'hooge brede voorhoofd, een fijngevormden mond', 'dunne grijsgraauwe lokken, om zijn hoofd fladderende' en is 'al aan de verkeerde zijde van de vijftig'. Hij beschrijft het lijdelijke karakter van de 'typische Nederlander'.

Plaats en tijd

Het verhaal speelt zich achtereenvolgens af in een rijtuig in Den Haag, de trein van Den Haag via Leiden en Haarlem naar Amsterdam en beslaat ongeveer een namiddag. In de herfst.

Perspectief

Er is een Ik-verteller. Bijzonder is dat hij zich af en toe tot de lezer richt. De ik-persoon komt niet perse overeen met Potgieter.

Thema

De scheppingskracht is door God gegeven en verleent de dichter/schrijver via zijn literatuur onsterfelijkheid. Deze scheppingskracht of inspiratie wordt hem met de regen ingegeven. De regen en dus de literatuur is door de hele novelle heengeweven. De onsterflijkheid dus ook. 'Onderweg in de regen' betekent dus ook een reis door de literauur, de herinneringen.

Stijl

Potgieter schrijft lyrisch en beeldend. En hij verwijst naar allerlei literatuur. Af en toe wendt hij zich tot de lezer. Het gesprek wordt verwoord in een dialoog. Hij gebruikt verder lastige zinsconstructies: lange zinnen met naamvallen. Het 'verhaal in het verhaal' over Dolliver leest wel makkelijk.

Waardering

De novelle heeft niet veel aftrek gehad getuige de weinige herdrukken: na de eerste druk in de Gids (1846: IV), een tweede in de verzameld werk-uitgave van 1955 pas. Daarna verscheen nog de aan te raden uitgave van Smit met uitgebreide toelichting (1958-1, 1979-2).

Persoonlijk oordeel

Even wennen aan het taalgebruik, maar een mooi beeldend geschreven werkje waar inhoudelijk en vormelijk veel uit te halen valt.

Samenstelling: Klaartje Groot.

 

Everhard Johannes Potgieter, door Smeeton Tilly.