Aernout Drost - Hermingard van den Eikenterpen (1832)
Over de auteur
Arnout Drost (1810-1834) is in Amsterdam geboren. Hij studeerde Theologie, een in die tijd populaire studie voor letterlievende studenten. Het verklaart ook wel het kwistige strooien met bijbelse citaten in Hermingard, waarmee hij in 1832 debuteerde. In 1834 richtte hij samen met de overige 'Amsterdamse jongeren', waaronder Reinier Bakhuizen van den Brink, Jan Pieter Heije, Jeronimo de Vries en Johannus Everhardus Potgieter het tijdschrift 'De Muzen' op, dat als één van de voorgangers van de Gids (1837) wordt gezien. Verder schreef hij ook het niet voltooide Pestilentie te Katwijk. Hij overleed al in 1834, waarschijnlijk aan een inwendige bloeduitstorting ten gevolge van tering.
Inhoud
Het verhaal speelt zich af rond een nederzetting van Batavieren aan de Rijn, 'De Eikenterpen'. De handeling begint met het afscheid van Siegbert, de zoon van stamvorst Thiedric en de aanstaande echtgenoot van Hermingard. Siegbert gaat de eer van de stam verdedigen in de strijd tegen de Romeinen. Kort na het droevige afscheid bekent Hermingard, wandelend met haar Romeinse dienares en vriendin Marcella, dat zij geen troost kan vinden bij de stamgoden. Tijdens diezelfde wandeling ontmoeten ze twee Romeinse vreemdelingen, een grijsaard, Caelestius, vergezeld van een jongen, Timotheus. Caelestius verteld hen over de troost die (zijn) God kan bieden. Zijn christelijke denkbeelden vinden vooral bij Hermingard vruchtbare grond. Marcella staat er iets kritischer tegenover. De ontmoeting wordt abrupt beëindigd door de komst van de bard (soort priester van het Germaanse geloof) Welf de Usipeter. Hij is een grote vijand van de christenen dus de grijsaard en de jongen moeten vluchten. Dan heeft stamvorst Thiedric een onheilspellende droom. De wichelares Witte Geertrud van de Lippetoren wordt geraadpleegd: er moet een jongeling geofferd worden anders zal het zeker niet goed aflopen met Siegbert en zijn mannen. De zoon van de Marcella, Paulinus, wordt uitgekozen omdat hij en z'n moeder oorspronkelijk krijgsgevangenen waren van Thiedric. Deze gruwelijke uitwas van het stamgeloof, een mensoffer, wakkert de nieuwsgierigheid van Hermingard naar Caelestius en zijn God nog verder aan. Paulinus sterft nog voor hij geofferd kon worden als zijn gevangenis instort door de storm. In diezelfde stormachtige nacht droomt Hermingard dat Caelestius voor haar staat in een hemelse glans. Nooit voelde zij zich gelukkiger dan in die ogenblikken. Hij laat haar weten dat ze hem terug zal zien. Een tijdje later komt de onderhorige Winfried met de onheilstijding van de verloren strijd en Siegberts dood. Heimelijk heeft Hermingard, aangespoord door haar droom, met Marcella intussen Caelestius opgespoord. Hij woont in een hutje aan de overkant van de Rijn. Zij bezoeken hem geregeld. Caelestius onderricht hen in het christelijk geloof. Hermingard slikt alles voor zoete koek, Marcella is nog iets meer gehecht aan haar volksgeloof en stelt kritischer vragen. Maar algauw zijn zij toch beiden bekeerd tot het Christendom. Caelestius doopt Hermingard en Marcella in het beekje bij zijn hut. Dan wordt Hermingard ontvoerd door Welf. Hij heeft blijkbaar iets in de gaten gekregen. Hij brengt haar naar de Lippetoren. Hij vraagt de wichelares waar Caelestius zit Hij wil hem vermoorden. Zij wil hem diens verblijfplaats niet vertellen. In de volgende drie maanden probeert ze Hermingard tevergeefs terug te brengen tot het stamgeloof. Intussen verzorgt Marcella de steeds ouder en zieker wordende Caelestius. Timotheus blijkt verdwenen. Hij is ontvoerd door Gertrud. Op zijn sterfbed vertelt Caelestius Marcella zijn levensverhaal. Gertrud is hierbij. Nu komt een geheim boven. Een gebeurtenis van vijftig jaar geleden blijkt ten grondslag te liggen aan de diepe haat van Welf voor de Christenen, Caelestius in het bijzonder: Caelestius heeft tijdens afwezigheid van Welf diens verloofde bekeerd en verleid. Zij beviel van een tweeling: Gertrud en de inmiddels overleden moeder van Hermingard. Dit verklaart de tweeslachtige houding van Gertrud: enerzijds helpt zij Welf om Hermingard te herwinnen voor hun geloof, anderzijds wil ze Caelestius, die immers haar bloedeigen vader is, niet verraden. Gertrud vergeeft Caelestius zijn misstap. Dan sterft hij. Gertrud laat Marcella zweren het geheim nooit aan iemand te onthullen. Dit zal zij ook niet doen. Hermingard ontsnapt samen met Timotheus uit de Lippetoren en keert terug naar de Eikenterpen. Daar treft zij de doodgewaande Siegbert en Paulinus. De onheilstijding van Winfried was niet helemaal gegrond. De strijd was wel verloren, maar Siegbert was niet dood toen Winfried hem had zien liggen. Hij is krijgsgevangen geraakt. En Paulinus blijkt niet bedolven onder de ingestorte gevangenis, maar bevrijd door Gisela, lijfeigene van Hermingard. Paulinus is toen gevlucht naar zijn geboortegrond. Hij was immers krijgsgevangen Romein. Daar ontmoet hij de op zijn beurt krijgsgevangen Siegbert en redt hem op het nippertje van de dood. Samen zijn ze teruggegaan naar de Eikenterpen. De hereniging van Siegbert met Hermingard is niet zo gelukkig. Siegbert is geen Christen. Met enige tegenzin wil hij dan toch overgaan op het christelijke geloof, als zijn geliefde Hermingard maar zijn echtgenoot wordt. Op de bruiloft probeert een van de stamoudsten Ernhold hun jonge vorst -Thiedric was inmiddels overleden- nog te overreden het oude stamgeloof trouw te blijven. Tevergeefs. Op een wenk van Ernhold werpt Welf zijn speer. Siegbert sterft. Een tijdje later sterft ook Hermingard.
Structuur en genre
Een 'Voorafspraak' en vijfentwintig hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een paar dichtregels van deze of gene beroemde nederlandse dichter. De regels zijn steeds inhoudelijk van toepassing op het bijbehorende hoofdstuk. Het laatste hoofdstuk bijvoorbeeld, waarin Hermingard sterft, begint met een regel van Vondel: 'Wij keren nimmer weêr' (p.254). Of slaat 'we' hier ook op alle personages van het boek, dat bijna uit is? Soms wordt ook in de lopende tekst nog een dichtregel of zegswijze geciteerd, om wat er verteld of beweert wordt te verduidelijken dan wel kracht bij te zetten. Het is romantisch proza: historische roman (ideale hoofdfiguren - de één nog edeler, trouwer of heldhaftiger dan de ander-, de vele exclamaties, de grote rol voor het gevoelsleven, het zwijmelende gepieker over de natuur, de dood en het leven daarna). Het is één van de eerste historische romans van nederlandse makelij. Wellicht omdat het proza in het algemeen -en de historische roman in het bijzonder- nieuw was in Nederland en nog al wat stof deed opwaaien, vond Drost het raadzaam aan zijn roman een inleiding vooraf te laten gaan. De meningen over de aard en functie van het proza waren verdeeld. Moest 'het verdichte verhaal', zoals de roman toen ook wel genoemd werd, alleen vermaak, of ook lering verschaffen? Drost was van mening dat schrijver van een roman zeker geen onderwijs als hoofddoel moest hebben, maar ook niet helemaal van lering gespeend mocht zijn.
Personages
De zeventienjarige Hermingard is de pleegdochter van Thiedric. Thiedrics broer Godehard was haar vader. Haar moeder was Heile, zus van Gertrud en dochter van Caelestius. Verder is Hermingard de verloofde van Siegbert. Hermigard is zeer gevoelig voor religie. Algauw komt haar twijfel boven over het traditionele geloof van haar stam. De godsdienst gaat in de loop van de roman een steeds groter stempel drukken op het leven en de denkwereld van Hermingard. Hermingard laat zich erg gemakkelijk door Caestius en Timotheus onderrichten in de christelijke leer. De verteller geeft meermaals uitvoerige beschrijvingen van haar uiterlijk. Belangrijkste detail is dat zij in tegenstelling tot haar blonde stamgenoten donker haar heeft: 'Haar bruine lokken kenmerken die afkomst'. Hier wordt gedoeld op het Romeise bloed van Caelestius. Hermingards dienares Marcella is krijgsgevangen Romeinse in het kamp van de Batavieren van de Eikenterpen. Hermingard werd haar steeds dierbaarder. Marcella werd als een moederlijke vriendin voor haar. Marcella biedt een tegenwicht voor de makkelijk bekeerde Hermingard. Ze stelt zich kritischer op tegenover 'het nieuwe geloof' dan Hermingard. Caelestius is 'zeventig winters' (p.192). Ernstig, somber, gevoelig, goedhartig maar de bron van alle ellende en onheil die vijftig jaar geleden en ook nu weer de Eikenterpen teisteren. Welf de Usipeter is laatste telg van het geslacht van de Usipeters. Hij is een soort priester van het oude Germaanse stamgeloof. Hij is uit hoofde van zijn beroep, maar vooral, zo blijkt later, uit persoonlijke wrok bestrijder van het christelijk geloof en de directe tegenstander van Caelestius. Ook de andere christelijk gezinden - Hermingard, Marcella, Paulinus, Timotheus - bezorgt hij de nodige moeilijkheden. Hij vermoordt Siegbert. Siegbert is de zoon van Thiedric, de aanstaande echtgenoot van Hermingard en lichtend voorbeeld voor alle mannen van de Eikenterpen. Hij speelt vooral aan het einde van het verhaal een rol. Hij kiest dan uit liefde voor Hermingard, niet uit overtuiging, voor het christelijke geloof. Met die keuze van hun stamvorst (Thiedric is inmiddels overleden) zien de stamoudsten de hele geloofstraditie en daarmee het heil van de stam verloren gaan. Daarom wordt hij, als praten niet blijkt te helpen, vermoord. Hij is onverschillig in geloofszaken. Hij bekeert zich uit liefde voor Hermingard, niet uit liefde voor het geloof. Witte Gertrud van de Lippetoren is dochter van Caelestius en tante van Hermingard. Ze houdt haar identiteit zorgvuldig verborgen voor de bewoners van de Eikenterpen. Zij is voor hen de geheimzinnige wichelares. Haar familie-banden zijn de verklaring voor de bezorgdheid voor het lot van Hermingard en Caelestius. Zij verleent dan ook maar gedeeltelijke medewerking aan haar medestander in de strijd tegen het Christendom, Welf. Zij verdwijnt spoorloos als Caelestius overleden is. Timotheus is pleegzoon van Caelestius. Zijn afkomst is en blijft onbekend.Hij getuigt van 'jeugdige vroomheidszin'. Zij uiterlijk is engelachtig.Hij verzorgt Caelestius en wijst Hermingard en Marcella de weg naar het verborgen onderkomen van hem en zijn pleegvader. Paulinus is zoon van Marcella en haar overleden man Caecinius. Hij bezit dezelfde kalmte en berusting als zijn moeder. Hij redt Siegbert van de dood als hij hem bij de Romeinen tegenkomt.Gisela is lijfeigene van Hermingard, geliefde van Paulinus. Zij speelt op verschillende plaatsen in het boek een sleutelrol. Zij bevrijdt bijvoorbeeld Paulinus uit zijn gevangenis. Winfried is een zeer trouwe onderhorige van Thiedric. Hij brengt het deels onjuist gebleken onheilsbericht van de nederlaag en Siegberts dood. Ernhold. Een van de stamoudsten. Hij doet de laatste redelijke poging de geloofstraditie te behouden door met Siegbert te praten.
Plaats en tijd
Batavierendorp aan de Rijn (enige uren boven Arenacum, p.14) in wat nu 'Nederland' heet en de directe omgeving daarvan. De tijd van handeling is Het hier en nu van in het grootste deel van het verhaal is weliswaar tussen de zomer van 320 en 326 na Christus, maar een gebeurtenis van vijftig jaar daarvoor bepaalt alles en is de oorzaak van de gebeurtenissen. De hele plot beslaat dus ongeveer vijftig jaar.
Point of view
Er is sprake van een alwetende verteller. Een voorbeeld: 'Maar noch de jonkvrouw noch Marcella wijdden aan dat natuurschoon meer dan voorbijgande bewonderin; har eerbiedige aandacht werd, reeds in het volgende ogenblik, door de blik des grijsaards gevestigd, […]'.
Thema, hoofdmotieven
De bekering tot het Christelijke geloof van een onder haar soortgenoten bijzondere Germaanse maagd en de moeilijkheden die ze daardoor krijgt met haar stamgenoten en hun godsdienstige tradities. Hoofdmotieven zijn geloof, wraak, volharding en trouw.
Stijl
In ruimere zin: de dialoog speelt een belangrijke rol. Maar ook laat de auteur zich regelmatig uit in beschrijvingen en mededelingen. In engere zin: Veel verbonden deelwoord-constructies: 'het omheinde paalwerk binnengetreden zijnde'(p.92).En veel exclamaties, zoals al uit verschillende citaten in mijn verslag blijkt. Behalve de klassieke en bijbelse beeldspraak die ik onder punt 3 al noemde, heeft Drost ook regelmatig 'gewone' beelden.
Waardering
Na de eerste druk van 1832, wordt het in 1840 in het Duits vertaald. In 1907 begon Albert Verwey een gedeeltelijke herdruk. Hij deed dit omdat de uitgevers de roman niet wilden herdrukken. Verwey schreef er een artikel bij. Daarin vergelijkt hij de roman met een andere van Drost, 'De pestilentie te Katwijk': 'de taal van Hermingard, hoe gaaf en deugdelijk ook in haar oratorischen zwier en geestelijken hartstocht, is veel minder dadelijk, veel minder warm, boeiend, kleurig, veel minder levend en krachtig dan die van De Pestilentie' (Van Riet 1985: 16) Verder zegt hij: ' het boek is belangrijker voor de kennis van Drost en voor die van het geestelijk leven in zijn tijd, als voor de ontwikkeling van de nederlandse prozakunst' (p.17). Vanaf 1939 is er weer een nieuwe opleving rond 'Hermingard', naar aanleiding van een nieuwe uitgave, verzorgd en uitgebreid ingeleid door P.N van Eyk. Er verschijnt een recensie en daar is weer een reactie op van C.G.N de Vooys. Verder zijn er nog wat recentere wetenschappelijke artikelen uit de jaren zeventig van G. Kamphuis.
Persoonlijk oordeel
Spannend om te lezen door de vele onvoorziene gebeurtenissen, flashbacks, impliciete vooruitwijzingen en de toch onverwachte ontknoping. De personages zijn wat al te ideaal geschilderd. Het negende hoofdstuk is goed opgebouwd. In het begin van het hoofdstuk heerst een kalme, maar bedrieglijke (verbeeld in de zenuwachtige haast van de bode) rust. De spanning is te snijden en wordt langzaam opgebouwd in het beeld met de kinderen en de vogels. De naderende bode, zijn verhaal en dan de climax, het verdriet en de beschrijving van algehele rouw onder de bewoners van de Eikenterpen. Het vredige oord veranderd in een grote droefenis.
Samenstelling: Klaartje Groot.
